U bevindt zich hier :  startpagina > Advies van de Hoge Gezondheidsraad over multiple chemische intolerantie en overgevoeligheid voor elektromagnetische stralen

Advies van de Hoge Gezondheidsraad over multiple chemische intolerantie en overgevoeligheid voor elektromagnetische stralen

Loading...

De Hoge Gezondheidsraad heeft onlangs op eigen initiatief een advies uitgebracht over “Intolerantie of hypergevoeligheid voor fysische en chemische milieufactoren”. De Raad maakte een wetenschappelijke stand van zaken op en brengt aanbevelingen uit voor aanpak en voor het beleid. Het advies steunt op een review van de wetenschappelijke literatuur, uitgevoerd door leden van een werkgroep van deskundigen, waarvan de meesten deel uitmaken van de Hoge Gezondheidsraad naast externe deskundigen.

Het advies werd een zeer actueel, gefundeerd en genuanceerd document over de “beschavingsziekten“ idiopathic environmental intolerance (IEI, vb intolerantie voor elektromagnetische stralen) en multipele chemische intolerantie (MCS, overgevoeligheid aan chemische stoffen).


Auteur: Joke De Backer, afdeling Toezicht Volksgezondheid, team Milieugezondheidszorg, Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid


Moeilijk af te lijnen syndromen…

Multiple chemical sensitivity en idiopathic environmental intolerance voor elektromagnetische velden behoren tot een reeks ziektebeelden die in de literatuur worden samengebracht onder de noemer “functionele somatische syndromen”. Deze syndromen vertonen een grote mate van overlap met o.a. fibromyalgie, hyperventilatie, chronisch vermoeidheidssyndroom, …
De personen die er aan lijden wijten hun klachten aan de blootstelling en hun “overgevoeligheid” aan één of meerdere milieufactoren.
De diagnosecriteria voor dergelijke gezondheidsproblemen staan niet ondubbelzinnig vast. Het “diagnostistisch etiket” dat op de klachten gekleefd wordt hangt nogal af van het specialisme van de arts door wie hij/zij wordt gezien.
Het is beter te spreken over “intolerantie” dan over “overgevoeligheid”. Mensen die aan deze syndromen lijden, hebben namelijk andere symptomen dan de gekende gezondheidseffecten die optreden bij hogere blootstelling.


Elektromagnetische intolerantie

draadloosinternet.jpg

Mensen met “elektromagnetische intolerantie” kunnen onder andere last hebben van gekriebel, brandend gevoel, vermoeidheid, concentratieproblemen, misselijkheid, hartkloppingen, hoofdpijn, spijsverteringsstoornissen, … De oorzaak van deze symptomen wordt toegeschreven aan elektrische of elektronische toestellen (zoals hoogspanningslijnen, mobilofoniesystemen en draadloos internet), zonder dat er objectieve klinische tekens kunnen worden vastgesteld. De klachten komen reeds voor bij blootstellingsniveaus die veel lager zijn dan die waarop effecten bewezen zijn.
Uit een review van klinische studies waarbij proefpersonen worden blootgesteld aan elektromagnetische velden, kunnen personen die lijden aan deze intolerantie geen elektromagnetische velden detecteren, en vertonen ze ook geen intolerantiesymptomen. De klachten kunnen dus niet worden opgewekt door blootstelling in studie-situaties. Dit soort studies heeft daarentegen wel enkele beperkingen: zo houdt men geen rekening met de tijd die soms voorbijgaat vooraleer symptomen verschijnen.
Mensen met intolerantie voor elektromagnetische straling hebben meer aandacht voor chemische en elektromagnetische prikkels. Zo kan het zijn dat wanneer ze nog maar denken blootgesteld te zijn aan elektromagnetische straling, ze reeds klachten ontwikkelen. Dit gaat volgens sommige studies gepaard met een sterkere activiteit in bepaalde hersenstructuren.


Multiple chemische intolerantie

pesticiden.jpg

Mensen met Multiple chemische intolerantie (MCS) vertonen symptomen als duizeligheid, verwarring, geheugenverlies, labiele gemoedstoestand, persoonlijkheidsveranderingen, kortademigheid, hartkloppingen, pijn in de borststreek, hoofdpijn, uitgesproken geurwaarnemingen, tintelingen en andere niet-specifieke klachten. Het syndroom is controversieel. Wetenschappers zijn het niet eens over MCS. De gezondheidseffecten treden op na contact met allerlei stoffen die niet op elkaar lijken en de klachten treden op bij contact met heel lage hoeveelheden,
Soms ontstaan de klachten na een eerste traumatische blootstelling (bv een onbedoelde blootstelling aan pesticiden). Dit kan ervoor zorgen dat de aandacht voor chemische stoffen in de omgeving toeneemt. Soms ontstaan de klachten in periodes van grote stress.

 

 

 

koffie.jpg

In een tweede fase krijgen sommige mensen gezondheidsklachten bij steeds lagere hoeveelheden van alledaagse chemische stoffen zoals parfum, uitlaatgassen, voedingsmiddelen als cafeïne en alcohol.
Men wordt meer en meer angstig voor chemische stoffen, en dit gaat vaak gepaard met hyperventilatie.
In USA zegt 12 tot 16% van de bevolking overgevoelig te zijn voor chemische stoffen in het dagelijkse leven.
Heel wat van de personen met klachten van multiple chemische intolerantie gaan andere producten gebruiken om te poetsen en voor hun hygiëne; sommigen kopen water- en luchtfiltersystemen en anderen verhuizen omwille van hun problemen.
Geen enkele goed uitgevoerde studie heeft tot nu toe kunnen vaststellen dat MCS patiënten inderdaad zo gevoelig zijn voor bepaalde chemische stoffen. Psychologische factoren spelen een belangrijke rol in het ontstaan en het voortbestaan van de klachten. Het toevallig samen voorkomen in tijd of ruimte van onschadelijke chemische prikkels en klachten kan voldoende zijn om te leiden tot het ervaren van klachten als “veroorzaakt” door deze onschadelijke prikkel.


De klachten ernstig nemen

Dit soort klachten dient ernstig te worden genomen aangezien ze de levenskwaliteit en het welzijn van mensen ernstig kunnen verlagen. Vaak gaat het hierbij om kwetsbare personen die hoog scoren op het persoonlijkheidskenmerk “negatieve affectiviteit” (ze hebben vaak een negatief beeld van zichzelf en van hun omgeving, zijn meer geneigd tot piekeren, ze hebben meer kans op angst en depressie). Het is niet onmogelijk dat sommige personen gevoeliger zijn voor chemische of fysische agentia, bv door verschillen in hun genetisch materiaal. Dit lijkt uit onderzoeken echter niet de belangrijkste factor te zijn in het ontstaan en blijven bestaan van dit soort klachten.
Het feit dat mensen ook niet zelf kunnen kiezen of ze in contact komen met vb. straling of chemische stoffen als uitlaatgassen, kan er toe bijdragen dat mensen het risico hoger inschatten dan het werkelijk is.


Aanpak

De wetenschappelijke gegevens van deze aandoeningen worden nauwgezet opgevolgd door de wetenschappelijke instituten en de medewerkers van de overheden (zowel op regionaal als op Europees niveau). Nieuwe inzichten moeten vlot in de regelgeving opgenomen worden.
Het verlagen van de blootstellingsgrenzen is geen goede oplossing. De keuze van blootstellingsgrenzen steunt op klassiek wetenschappelijk onderzoek en houdt rekening met verschillende onzekerheden. Zelfs wanneer men de blootstelling zou kúnnen verlagen tot normen die in de praktijk niet haalbaar zijn, zullen deze “overgevoeligheidsklachten” blijven bestaan, omdat ook de persoonlijkheidskenmerken een belangrijke rol spelen in het ontstaan van de klachten. Anderzijds blijft onderzoek naar de effecten van gecombineerde blootstellingen zeer moeilijk en is het onmogelijk om te bewijzen dat iets onschadelijk is. Daarom is het goed dat in de wetgeving rekening wordt gehouden met het “voorzorgsbeginsel”: indien er kans is op serieuze gezondheidsschade, zal het gebrek aan volledige wetenschappelijke zekerheid niet gebruikt worden om maatregelen uit te stellen.

Voor de individuele patiënt is begeleiding door de huisarts belangrijk: de huisarts kan de klachten van de patiënt herkennen en erkennen, kan hen behoedzaam aanzetten tot psychotherapie en/of revalidatie, en kan vermijden dat patiënten hun heil zoeken in twijfelachtige alternatieve therapieën die hun waarde niet hebben bewezen. Dit soort therapieën zullen het klachtenpatroon eerder in de hand werken dan verhelpen. Psychotherapie kan nuttig zijn om de patiënt te helpen omgaan met zijn klachten.
De klassieke vruchteloze discussie of de aandoening nu echt is of “tussen de oren zit” moet absoluut vermeden worden.


Correct communiceren over risico’s

De bevolking moet correcte en duidelijke informatie hebben over risico’s en alsook de gelegenheid hebben haar bezorgdheid uit te drukken. Ongenuanceerde, vage of tegenstrijdige informatie wekt weinig vertrouwen en kan bijdragen tot onrust. Informatie over gezondheidsrisico’s moet zo exact en expliciet mogelijk weergegeven worden, en de nog bestaande onzekerheden moeten duidelijk benoemd worden.
Indien de overheid, uit voorzorg, op niet wetenschappelijke basis, blootstellingsbeperkende maatregelen neemt kunnen mensen nog meer overtuigd raken dat er iets mis is. Dit kan zo leiden tot steeds meer klachten en het welzijn verder nadelig beïnvloeden.

Meer lezen?
Het volledige advies van de Hoge Gezondheidsraad kan u raadplegen op volgende website: http://www.health.belgium.be/eportal/Aboutus/relatedinstitutions/SuperiorHealthCouncil/publications/19063175_NL?ie2Term=8356